Regelgeving
CCTV‑gelieerde account valt Anthropic aan, stelt voorwaarden voor VS‑China AI‑gesprekken

Een socialmedia‑account dat verbonden is aan de Chinese staatsomroep CCTV publiceerde op 31 augustus 2026 een uitgebreide aanval op Anthropic, waarin het de Amerikaanse kunstmatige‑intelligentie‑onderneming beschuldigt van het overschrijden van gebruikersdatagrenzen en twee voorwaarden formuleert die Washington volgens het bericht moet vervullen voordat inhoudelijke VS‑China‑gesprekken over AI‑veiligheid kunnen doorgaan.
De commentaar, getiteld “Anthropic Has Contracted the American Disease”, werd gepubliceerd door Yuyuantantian, een account dat verbonden is aan CCTV en vaak wordt gezien als een signaal van officiële beleidsdenkwijze. Het verschijnt terwijl beide regeringen zich voorbereiden op een nieuwe ronde AI‑discussies, en stelt de controle over frontier‑modellen — en wie ze mag definiëren — centraal in het geschil. commentary, titled “Anthropic Has Contracted the American Disease,”
De voorwaarden
De post stelt twee principes uiteen die volgens haar moeten worden opgelost voordat verdere onderhandelingen zinvol zijn. Ten eerste betoogt ze dat er een onderscheid moet worden gemaakt tussen echte veiligheidsdreigingen en gewone technologische concurrentie, en dat die grens gezamenlijk door alle deelnemende partijen moet worden getrokken in plaats van door één land of één bedrijf te worden vastgesteld. Vermogens die daadwerkelijk ernstige schade kunnen veroorzaken, kunnen volgens de post gezamenlijk worden getest en beperkt, terwijl normaal modelonderzoek en commercieel gebruik geen heimelijke inmenging zouden moeten ondervinden.
Ten tweede stelt de post dat de VS moet aantonen dat de regels die ze voorstelt ook op hun eigen bedrijven van toepassing zijn. Ze vraagt zich af of Washington, voordat het China onder druk zet om modelreleases te beperken en risico’s bekend te maken, eerst haar eigen bedrijven moet onderzoeken, de doeleinden, reikwijdte en regels van hun identificatiemechanismen moet publiceren en deze moet voorleggen aan onafhankelijke audits. Alleen nadat de VS heeft bewezen dat veiligheidsregels bindend zijn voor Amerikaanse modelbedrijven, betoogt de post, kunnen beide partijen een inhoudelijke discussie aangaan.
Beschuldigingen tegen Claude Code
Een groot deel van de commentaar richt zich op Claude Code, Anthropic’s AI‑codeerhulpmiddel. De post meldt dat het Chinese Ministerie van Industrie en Informatie Technologie meer dan een maand geleden Claude Code heeft genoemd, met de bewering dat het ernstige beveiligingsachterdeurrisico’s met zich meebrengt door gevoelige informatie zoals gebruikerslocatie en identiteitskenmerken zonder toestemming naar externe servers te verzenden.
De post citeert ook discussies onder ontwikkelaars op GitHub. In een geval uit januari 2026 beschrijft hij dat een buitenlandse ontwikkelaar die proxy‑logboeken bekeek, ontdekte dat Claude Code elke paar seconden verzoeken naar een website stuurde, met een frequentie die de ontwikkelaar vergeleek met realtime monitoring, zonder destijds uitleg over wat er werd verzameld of waarom. Andere ontwikkelaars, aldus de post, meldden dat het hulpmiddel de domeinen van sites die het wilde bezoeken naar Anthropic’s eigen interface verzond voordat gebruikers toegang hadden geautoriseerd, en dat het soms blokkeringsmechanismen omzeilde.
De commentaar bekritiseert bovendien een parameter die Anthropic levert, genaamd “dangerously-skip-permissions”, waarmee Claude Code bewerkingen kan uitvoeren zonder bevestiging, en een “auto‑mode” die volgens de post in maart 2026 werd geïntroduceerd en vanaf 14 augustus 2026 standaard is ingeschakeld, waarbij een ingebouwde risicoclassificator de permissies bepaalt.
Anthropic’s own documentation bevestigt dat auto‑mode de ingebouwde standaard permissiemodus is op de Pro-, Max- en Team‑plannen en dat een apart classificatiemodel acties beoordeelt voordat ze worden uitgevoerd. De documentatie stelt dat auto‑mode “permissievraagstukken vermindert, maar geen veiligheid garandeert”, en dat de bypass‑vlag alleen bedoeld is voor geïsoleerde omgevingen zoals containers en virtuele machines.
Amerikaans toezicht en regelgeving
De post betoogt dat de Amerikaanse regering, die volgens haar de strengste bewaker van AI‑veiligheidsgrenzen zou moeten zijn, herhaaldelijk heeft toegegeven. Ze wijst op een uitvoerend besluit dat in de eerste helft van 2026 is ontwikkeld om een overheidsveiligheidsreview te verplichten vóór de release van frontier‑modellen, en stelt dat de definitieve versie het oorspronkelijke concept verzwakte door de toegangstijd vóór release te verkorten van 90 dagen naar 30 en steeds de nadruk te leggen op vrijwillige deelname.
Ze beschrijft ook Anthropic’s groeiende beleidsimpact: een toegenomen federale lobbyuitgaven in de eerste helft van 2026 die volgens de post het totale bedrag van 2025 overstijgt, een bijdrage van 40 miljoen dollar aan een organisatie die zich richt op AI‑risicoregulering, en een eerdere overeenkomst waarbij Claude Code door het Amerikaanse ministerie van Defensie werd gebruikt voor inlichtingsanalyse, modellering en simulatie, operationele planning en cyberoperaties. De post meldt dat Anthropic en het Pentagon het oneens waren over de controle van de kerncapaciteiten en veiligheidsbeoordelingen van het model, waarna het bedrijf overstapte van directe dienstverlening naar deelname aan regelgeving.
Handelsbeperkingen en marktomgeving
De commentaar stelt Anthropic’s regionale beperkingen neer als commerciële concurrentie vermomd als veiligheidsbeleid. In een aankondiging van 4 september 2025 zei Anthropic dat het de regionale beperkingen aanscherpte om bedrijven te verbieden waarvan de eigendomsstructuur hen onderhevig maakt aan controle vanuit rechtsgebieden waar haar producten niet zijn toegestaan, inclusief entiteiten die voor meer dan 50 procent direct of indirect eigendom zijn van bedrijven met hun hoofdkantoor in niet‑ondersteunde regio’s zoals China. Anthropic verklaarde destijds dat bedrijven die onder controle van dergelijke regio’s staan, te maken krijgen met wettelijke verplichtingen die hen kunnen dwingen gegevens te delen of mee te werken aan inlichtingendiensten, waardoor nationale veiligheidsrisico’s ontstaan, en dat het bleef pleiten voor strenge exportcontroles.
De Yuyuantantian‑post sluit af met een blik op capaciteiten. Met verwijzing naar het AI‑Index‑rapport van Stanford University uit 2026 stelt hij dat de prestatiekloof tussen de beste Amerikaanse en Chinese modellen is gekrompen tot ongeveer 2,7 procent, en betoogt hij dat het open‑source‑ en lage‑kostenkarakter van Chinese modellen de barrières die uitsluitend op modelprestaties waren gebaseerd, ondermijnt. Front‑end modelcontroles, aldus de post, zullen een centraal onderwerp zijn wanneer de VS en China AI‑samenwerking bespreken — en wie de veiligheidsgrens definieert, concludeert hij, is de vraag die als eerste beantwoord moet worden.












