Thought leaders

AI-fluency is de vaardigheid voor de arbeidskracht die organisaties zich niet kunnen veroorloven te negeren

mm
Voeg Unite.AI toe aan je voorkeursbronnen op Google

Organisaties breiden hun gebruik van AI snel uit, maar de toegang loopt voor op de capaciteiten van de workforce. Onderzoek van Google en Ipsos heeft aangetoond dat hoewel 40% van de werknemers AI op het werk gebruikt, slechts 5% echt AI-fluent is. Werknemers AI-tools geven betekent niet dat ze weten wanneer ze deze moeten gebruiken, hoe ze de output moeten evalueren, of waar menselijke besluitvorming nog moet leiden. 

Het dichten van die kloof vereist dat organisaties AI-fluency behandelen als een workforce‑capaciteit en uiteindelijk als onderdeel van het operationele model. Het is geen technische vaardigheid die gereserveerd is voor IT‑teams, data‑wetenschappers of vroege adoptanten. Werknemers hebben het vertrouwen en het beoordelingsvermogen nodig om AI toe te passen op echte bedrijfsproblemen, de uitkomsten te bevragen en te begrijpen wat wel en niet aan technologie moet worden gedelegeerd. Leiders hebben deze capaciteiten ook nodig, want hun rol bestaat niet langer alleen uit bepalen waar AI wordt ingezet. Ze moeten het werk opnieuw vormgeven door te bepalen waar AI kan uitvoeren, waar bestaande technologie het werk kan ondersteunen, en waar menselijk oordeel, relaties en verantwoordelijkheid de grootste waarde creëren. Dat is de verschuiving naar een AI‑fluent organisatie. Het betekent het operationele model ontwerpen rond de sterke punten van mensen, AI en technologie samen. 

AI-adoptie is niet hetzelfde als AI-fluency

Een van de gemakkelijkste fouten die organisaties maken, is AI‑gebruik behandelen als bewijs van AI‑succes. Inlogpogingen, prompts, geactiveerde licenties, voltooide trainingen en token‑gebruik tonen aan dat werknemers toegang hebben tot de technologie, maar zeggen weinig over de vraag of AI de efficiëntie en nauwkeurigheid van hun werk verbetert. 

Gallup heeft gerapporteerd dat 65% van de werknemers zegt dat AI hun individuele productiviteit heeft verbeterd, maar slechts 12% zegt dat het de manier waarop werk binnen hun organisatie wordt uitgevoerd, heeft veranderd. AI in de handen van werknemers leggen creëert niet automatisch bedrijfswaarde, zeker niet als adoptie de belangrijkste succesmaatstaf is. Organisaties moeten verder kijken dan gebruik en beoordelen of werknemers weten hoe ze AI effectief moeten inzetten. Dat betekent de juiste use‑cases identificeren, betere vragen stellen, uitkomsten die plausibel lijken maar onjuist kunnen zijn uitdagen, en herkennen wanneer context, empathie of oordeel belangrijker zijn dan ruwe intelligentie. 

Succes‑metingen moeten dienovereenkomstig verschuiven. Organisaties moeten evalueren of AI de kwaliteit en snelheid van beslissingen verbetert, betere ervaringen creëert voor werknemers en klanten, laag‑waarde werk elimineert en mensen vrijmaakt om zich te richten op oordeel, creativiteit, samenwerking en relaties waar ze de meeste waarde leveren. Uiteindelijk moet AI worden gemeten aan de hand van de bijdrage aan bedrijfsresultaten, van hogere productiviteit en wendbaarheid tot sterkere kwaliteit, groei en veerkracht. 

Het opbouwen van die capaciteit vereist meer dan werknemers leren hoe ze prompts moeten geven. AI‑fluency betekent begrijpen wanneer AI te gebruiken, hoe de output te evalueren en wat in menselijke handen moet blijven. Het doel is niet meer AI‑gebruik, maar beter werk als resultaat. 

Organisaties hebben een evenwichtige AI‑talentstrategie nodig

De realiteit is dat organisaties zich niet kunnen voorzien van een AI‑fluent workforce door alleen maar te werven. Ze zullen nog steeds specialisten nodig hebben op gebieden zoals AI‑engineering, data‑wetenschap en governance, maar er zal simpelweg niet genoeg specialistisch talent zijn om fluency op de schaal te bouwen die de meeste bedrijven nodig hebben. Die capaciteit moet zich over de hele organisatie uitstrekken. De grotere kans ligt in het ontwikkelen van de bestaande workforce zodat mensen in verschillende rollen effectief met AI kunnen werken. 

Dat betekent bewust kiezen waar je capaciteit bouwt, koopt of leent. Huur specialisten in waar ze gedifferentieerde waarde creëren. Schakel externe hulp in wanneer de behoefte specifiek of tijdelijk is. Voor rollen die AI vandaag heeft veranderd, investeer in het opbouwen van de vaardigheden van bestaande werknemers. 

Het moet ook veranderen wat bedrijven werven. Wanneer tools en functie‑eisen snel veranderen, vertelt vaardigheid in de huidige technologie je niet veel meer. Leervermogen, nieuwsgierigheid, kritisch denken en oordeel worden waardevoller. Talent‑acquisitie‑teams moeten vragen of deze persoon snel kan leren, kennis kan toepassen in verschillende contexten en AI‑uitkomsten kritisch kan beoordelen in plaats van ze simpelweg te accepteren. 

Ontwikkeling vereist dezelfde praktische blik. Een AI‑cursus kan de basis leren, maar fluency ontstaat door het werk zelf te doen. Geef mensen echte problemen om met AI op te lossen, zodat ze kunnen testen waar AI tijd bespaart, resultaten verbetert en waar het tekortschiet. Gebruik managers, coaching en cross‑functionele projecten om die ervaringen om te zetten in herhaalbare praktijken. 

Leiders moeten duidelijke grenzen stellen. Werknemers moeten weten waarom AI wordt geïntroduceerd, welk probleem het oplost, waar experimenteren wordt aangemoedigd en welke beslissingen menselijk eigendom vereisen. Zonder duidelijkheid staan organisaties voor twee mogelijke uitkomsten: mensen zijn terughoudend om AI te gebruiken, of ze gebruiken het zonder voldoende oordeel. 

Het doel is niet om een workforce van AI‑experts te creëren; het is om een workforce te creëren die anders werkt omdat AI er is. Mensen hebben duidelijke richtlijnen en zichtbaar menselijk eigendom nodig, zodat ze met vertrouwen kunnen experimenteren zonder hun oordeel uit te besteden aan de technologie. 

De Microsoft Work Trend Index heeft vastgesteld dat slechts ongeveer één op de vier AI‑gebruikers zegt dat de leiderschap van hun organisatie duidelijk en consistent is afgestemd op AI. Deloitte heeft eveneens gerapporteerd dat bedrijven met meer AI‑exposure ongeveer 40% hogere productiviteitsgroei ervaren dan die met minder exposure. Het onderzoek toonde aan dat 53% van de organisaties aangeeft dat het opleiden van de bredere workforce hun primaire AI‑talentstrategie is, vergeleken met 36% die zich richten op het aannemen van gespecialiseerde AI‑talent. 

Die evolutie is belangrijk omdat AI‑strategie niet langer alleen over technologische acquisitie gaat. Het wordt steeds meer een workforce‑strategie. 

Leiders moeten werk opnieuw ontwerpen rond mens en AI

AI‑fluency is belangrijk, maar mensen trainen om AI te gebruiken zonder het werkproces te veranderen laat het operationele model grotendeels ongewijzigd. Als mensen terugkeren naar dezelfde rollen, processen en workflows, zullen organisaties slechts een deel van het AI‑potentieel benutten. De grotere kans ligt in het herontwerpen van werk rond wat mensen en AI elk het beste kunnen — AI gebruiken om uitvoering te versnellen en ervaringen te verbeteren, en menselijk oordeel toepassen waar dit de meeste waarde oplevert. 

De data suggereert dat de meeste organisaties nog steeds precies dat doen. Slechts 16% van de organisaties heeft rollen, processen en operationele modellen volledig herontworpen om AI in het werk te integreren. Degenen die werkontwerp prioriteren, hebben echter twee keer zoveel kans om hun verwachtingen voor AI‑return on investment te overtreffen. 

Stel je een manager voor die zich voorbereidt op een moeilijk gesprek met een werknemer. AI kan de prestatiegeschiedenis samenvoegen, eerdere feedback samenvatten en thema’s of vragen identificeren die de moeite waard zijn om te verkennen. Dat kan de voorbereidingstijd besparen en de manager beter informeren. Maar AI mag het gesprek niet voeren. Het begrijpen van de werknemer, de situatie inschatten, empathie tonen en een consequentiale beslissing nemen blijven de verantwoordelijkheid van de manager. 

Hetzelfde geldt binnen talent‑acquisitie. AI kan arbeidsmarktdata analyseren, administratieve taken afhandelen en patronen blootleggen die een recruiter anders uren zou besteden aan zoeken. Dat creëert capaciteit. De waarde komt voort uit wat de recruiter ermee doet: meer tijd besteden aan het begrijpen van de motivaties van kandidaten, aannemelijke aannames van een hiring manager uitdagen of een bedrijfsleider adviseren over talent‑afwegingen. 

Dat is de verschuiving die organisaties moeten nastreven: niet alleen taken automatiseren, maar AI gebruiken om capaciteit te creëren en die bewust richten op werk waar mensen meer waarde toevoegen. 

Anders is het gemakkelijk om een slecht proces te automatiseren en daarmee een sneller maar nog steeds slecht proces te krijgen. De grotere kans ligt in het herontwerpen van werk rond wat mensen en AI elk het beste kunnen. 

AI-fluency zal de toekomstige workforce definiëren

AI‑fluency zal steeds meer een basis‑werkforce‑capaciteit worden, net zoals digitale geletterdheid dat vandaag is. Maar AI‑native is geen generatie en het is geen vaardigheid in de huidige tools. Het is het vermogen en de mindset om continu te leren, experimenteren en aan te passen hoe werk wordt uitgevoerd terwijl AI evolueert. Platforms zullen veranderen. De organisaties die blijvende capaciteit bouwen, investeren in mensen die met die verandering kunnen meegroeien, wetende wanneer AI te gebruiken, wanneer het te betwijfelen en waar menselijk oordeel nog het belangrijkst is. 

Naarmate die capaciteit volwassen wordt, stopt AI met een verzameling tools te zijn en wordt het onderdeel van hoe de organisatie opereert. De organisaties die dit goed doen, zullen niet per se de meeste AI‑tools of zelfs de hoogste adoptie hebben. Ze zullen de organisaties zijn waarvan de mensen AI consequent omzetten in beter werk, betere beslissingen en betere bedrijfsresultaten. 

Dat is uiteindelijk de test van AI‑fluency. Niet of jouw workforce AI gebruikt, maar of het leidt tot beter werk, betere beslissingen, betere ervaringen en betere bedrijfsresultaten.

Matt Jones is de Executive Vice President — Strategy bij Cielo, waar hij de strategie‑ en innovatie‑inspanningen van het bedrijf leidt en transformatieve oplossingen voor de talentacquisitie‑industrie aandrijft. Matt heeft de afgelopen 20 jaar organisaties geholpen hun TA‑ en HR‑aanpak te versterken via grootschalige wereldwijde uitbestede diensten, consultancy en technologische productontwikkeling.

Matt heeft leidinggevende functies bekleed op het gebied van technologie, operaties en pre‑sales, waardoor hij een insider‑perspectief heeft op de uitdagingen waarmee leiders worden geconfronteerd bij het herontwerpen van hun wervingsprocessen. Een gepassioneerde AI‑enthousiast, is hij actief betrokken bij wereldwijde AI‑gemeenschappen en adviseert zowel startups als wereldwijde ondernemingen over hoe ze AI kunnen inzetten om HR en TA toekomstbestendig te maken.