Connect with us

Waarom bedrijven voor enterprise software geen hoofd van AI nodig hebben

Kunstmatige intelligentie

Waarom bedrijven voor enterprise software geen hoofd van AI nodig hebben

mm

Bijna de helft van de FTSE 100-bedrijven heeft in het afgelopen jaar Chief AI Officers aangesteld, maar deze groeiende trend in de C-suite kan wel eens een strategische fout zijn. Door AI te behandelen als een gespecialiseerd vakgebied dat speciale toezicht vereist, creëren deze organisaties de silo’s die kunstmatige intelligentie juist had moeten elimineren.

AI zou niet iemands verantwoordelijkheid moeten zijn. Het zou op een fundamenteel niveau in elk product, proces en besluit binnen het bedrijf moeten worden geïntegreerd.

Waarom specialisatie segregatie wordt

De aanstelling van Chief AI Officers komt vaak voort uit een verlangen om de inzet voor innovatie en digitale transformatie te demonstreren. Volgens de 2025 AI and Data Leadership Executive Survey beschouwen 80% van de organisaties data en AI nu als proactieve initiatieven gericht op groei, innovatie en transformatie, wat de ongekende druk van het bestuur weerspiegelt om AI-gedreven resultaten te leveren.

Echter, het creëren van een speciale AI-leiderschapsrol kan onbewust signaleren aan de rest van de organisatie dat AI iemands verantwoordelijkheid is. Dit ondermijnt de cross-functionele samenwerking die essentieel is voor een succesvolle AI-implementatie. Wanneer AI het exclusieve domein van een enkele uitvoerder wordt, kunnen productteams, operatiemanagers en klantenservicemanagers zich ontheven voelen van de verantwoordelijkheid om deze mogelijkheden te begrijpen en in hun workflows te integreren.

De meest succesvolle AI-implementaties vinden plaats wanneer de technologie onzichtbaar wordt, naadloos geïntegreerd in bestaande processen in plaats van als een afzonderlijke mogelijkheid te worden gepresenteerd. Organisaties die een gedistribueerde AI-aanpak implementeren, zien aanzienlijke rendementen, met 66% van de CEO’s die meetbare bedrijfsvoordelen melden van generatieve AI-initiatieven, met name bij het verbeteren van operationele efficiëntie en klanttevredenheid.

Infrastructuur versus initiatief

Misschien het grootste risico van speciale AI-leiderschap ligt in de boodschap die het over de strategische importantie van AI verstuurt. Wanneer bedrijven AI behandelen als een initiatief, compleet met speciale budgetlijnen, gespecialiseerde teams en afzonderlijke rapportagestructuren, positioneren ze het als een tijdelijk aandachtspunt in plaats van een permanent concurrentievoordeel.

Echte digitale transformatie vereist het behandelen van AI als infrastructuur, net zoals organisaties cybersecurity of gegevensbeheer benaderen. Onderzoek toont aan dat succesvolle AI-adoptie voortkomt uit een gedistribueerd leiderschapsmodel waarin verantwoordelijkheden worden gedeeld over executives en afdelingen, in plaats van geconcentreerd in enkele rollen die vaak te breed en niet afgestemd zijn op de behoeften van de organisatie.

Denk aan de evolutie van e-commerce in het begin van de jaren 2000. Bedrijven die “Chief Digital Officers” aanstelden om hun online aanwezigheid te beheren, vonden zichzelf vaak beperkt door kunstmatige grenzen tussen digitale en traditionele operaties. Diegenen die in plaats daarvan digitale denkwijzen over alle klantcontactpunten integreerden, van productontwikkeling tot klantenservice, kwamen als marktleiders naar voren.

AI integreren in elke functie

De meest effectieve aanpak voor AI-integratie omvat gedistribueerde verantwoordelijkheid in plaats van centrale controle. In plaats van het creëren van nieuwe hiërarchische structuren rond AI, empoweren vooruitstrevende organisaties bestaande product- en ingenieursleiders om AI-mogelijkheden rechtstreeks in hun domeinen te bouwen.

Deze productgerichte aanpak erkent dat de waarde van AI niet ligt in de technologische sofisticatie, maar in de mogelijkheid om echte bedrijfsproblemen op te lossen. Bedrijven met formele AI-strategieën melden 80% succesratio’s in AI-adoptie, in tegenstelling tot slechts 37% voor ondernemingen zonder uitgebreide strategieën, wat aantoont dat strategische integratie over functies heen silo-aanpakken overtreft.

Concurrentierisico’s van de segregatiestrategie

De concurrentiële implicaties van het afschermen van AI-leiderschap gaan verder dan interne inefficiënties. In snel evoluerende markten wordt de mogelijkheid om AI-mogelijkheden snel aan te passen aan veranderende klantbehoeften vaak bepaald door de marktpositie. Bedrijven met gedistribueerde AI-competenties kunnen sneller pivoteren en itereren dan die welke cross-departmentale goedkeuringen en gespecialiseerde teamondersteuning voor elke AI-gerelateerde beslissing vereisen.

MIT’s 2025 onderzoek onthult dat terwijl 95% van de generatieve AI-piloten bij bedrijven geen meetbaar bedrijfsresultaat oplevert, bedrijven die AI-hulpmiddelen van gespecialiseerde leveranciers kopen en partnerschappen aangaan, ongeveer 67% van de tijd slagen, terwijl interne bouw slechts één derde zo vaak slaagt. Dit snelheidsvoordeel accumuleert over tijd, waardoor het steeds moeilijker wordt voor langzamere organisaties om de kloof te overbruggen.

Bovendien verwachten klanten nu AI-geënhanceerde ervaringen als standaard in plaats van premiumaanbiedingen. Bedrijven die AI behandelen als een afzonderlijk vakgebied, hebben vaak moeite om aan deze evoluerende verwachtingen te voldoen, omdat hun kernproductteams niet de autonomie en expertise hebben om AI-functies onafhankelijk te implementeren.

Integratie-uitdagingen plagen centrale aanpakken

Een van de grootste barrières voor een succesvolle AI-implementatie is de complexiteit van het integreren van AI-systemen met bestaande ondernemingsinfrastructuur. Recent onderzoek naar ondernemingen onthult dat 42% van de bedrijven toegang nodig hebben tot acht of meer gegevensbronnen om AI-agents succesvol te implementeren, met beveiligingszorgen als de belangrijkste uitdaging voor zowel leiders als beoefenaars.

Bijna 60% van de AI-leiders identificeren integratie met legacy-systemen en het aanpakken van risico’s en compliance-zorgen als hun primaire uitdagingen bij het adopteren van AI-technologieën. Deze integratiecomplexiteit wordt nog uitdagender wanneer AI-mogelijkheden worden gecentraliseerd binnen gespecialiseerde teams die geen intieme kennis hebben van bestaande bedrijfsprocessen en technische infrastructuur.

Organisaties met gedistribueerde AI-competenties zijn beter gepositioneerd om deze integratie-uitdagingen aan te pakken, omdat de teams die AI-oplossingen implementeren dezelfde zijn die de onderliggende bedrijfsprocessen en technische beperkingen begrijpen.

AI-geletterdheid opbouwen in de hele organisatie

In plaats van AI-expertise te concentreren in een enkele rol, zouden organisaties zich moeten richten op het opbouwen van AI-geletterdheid in alle leiderschapsposities. Dit omvat het helpen van executives om te begrijpen niet alleen wat AI kan doen, maar hoe het kan worden geïntegreerd in hun specifieke domeinen om klantwaarde te creëren.

Onderzoek toont aan dat 72% van de C-suite meldt dat hun bedrijven aanzienlijke uitdagingen op hun AI-adoptiereis hebben ondervonden, waaronder machtsstrijden, conflicten en silo’s die ontstaan wanneer transformatieve AI-technologieën bestaande workflows uitdagen. Deze organisatorische spanningen worden vaak verergerd wanneer AI wordt behandeld als het exclusieve domein van gespecialiseerde rollen.

Organisaties die AI-ambassadeurs identificeren en empoweren uit verschillende afdelingen, in plaats van uitsluitend te vertrouwen op gecentraliseerd AI-leiderschap, zien hogere samenwerkingsgraden en succesvolle adoptie-resultaten. Wanneer productmanagers machine learning-mogelijkheden begrijpen, wanneer operatiemanagers de potentie van predictieve analytics begrijpen, en wanneer klantenservicemanagers natuurlijke taalverwerkingstoepassingen waarderen, wordt AI-integratie organisch in plaats van geforceerd.

Gedistribueerde excellentie boven centrale controle

De meest succesvolle aanpak voor AI-leiderschap omvat het creëren van verantwoordelijkheid zonder kunstmatige grenzen. In plaats van Chief AI Officers aan te stellen, zouden organisaties AI-competentiestandaarden voor bestaande leiderschapsrollen moeten vaststellen en de middelen moeten bieden om aan die standaarden te voldoen.

McKinsey’s 2025 onderzoek benadrukt dat bijna alle bedrijven investeren in AI, maar slechts 1% gelooft dat ze AI-maturiteit hebben bereikt, wat de kloof tussen investering en succesvolle integratie aantoont. Deze kloof is vaak het grootst in organisaties die vertrouwen op gecentraliseerd AI-leiderschap in plaats van gedistribueerde competentie.

Succesvolle organisaties volgen de “10-20-70-regel“, waarbij ze slechts 10% van hun inspanningen besteden aan algoritmes, 20% aan technologie en gegevens, en een aanzienlijk deel van 70% aan mensen en processen. Deze aanpak erkent dat technologie alleen geen significante verandering kan aandrijven en gedistribueerde eigendom over de hele organisatie vereist.

Sommige bedrijven experimenteren met “AI-liaison”-rollen – technische experts die door verschillende afdelingen roteren om te helpen AI-mogelijkheden te integreren, terwijl ze hun primaire loyaliteit behouden aan productontwikkeling, operaties- of klantenserviceteams. Deze aanpak behoudt het cross-functionele perspectief dat essentieel is voor een effectieve AI-implementatie, terwijl het de isolatierisico’s van speciaal AI-leiderschap vermijdt.

Integratie boven isolatie

Naarmate kunstmatige intelligentie steeds centraler staat bij concurrentievoordeel, zullen organisaties die de verleiding weerstaan om speciale AI-leiderschapsrollen te creëren, ten gunste van gedistribueerde competentie over alle functies, het meest succesvol zijn.

De volgende generatie van enterprise AI zal niet worden gedefinieerd door grotere modellen of indrukwekkendere demos, maar door real-world resultaten die worden behaald door diepe integratie over bedrijfsfuncties heen. Bedrijven die in de AI-tijdperk floreeren, zullen niet die zijn met de meest indrukwekkende Chief AI Officer-titels, maar die waar AI-denken doordringt in elk besluit, elke productfunctie en elke klantinteractie.

In plaats van te vragen “Wie moet onze AI-inspanningen leiden?”, is de belangrijkste vraag “Hoe kunnen we ervoor zorgen dat AI-overwegingen in elk leiderschapsbesluit zijn geïntegreerd?”

Bedrijven kunnen AI behandelen als een gespecialiseerd vakgebied dat speciale toezicht vereist, of ze kunnen het omarmen als de fundamentele capaciteit die het vertegenwoordigt. Diegenen die integratie boven isolatie kiezen, zullen concurrenten inhalen die nog steeds gevangen zitten in gecentraliseerde AI-silo’s.

Brenton O’Callaghan is Chief Product Officer bij Avantra. Hij heeft meer dan een decennium in de SAP-wereld doorgebracht bij meerdere bedrijven, rollen en geografische locaties. Zijn focus ligt op het benutten van automatisering en intelligente technologieën (AI/ML) om IT-operaties te revolutioneren.