Thought leaders

De grootste belemmering voor AI is niet de capaciteit. Het is vertrouwen.

mm
Voeg Unite.AI toe aan je voorkeursbronnen op Google

Naarmate AI een grotere rol gaat spelen in kernprocessen van bedrijven en klantbetrokkenheid, is de uitdaging niet langer adoptie; het vertrouwen. Zelfs wanneer organisaties AI opschalen om de efficiëntie te verhogen, geven klanten niet automatisch meer vertrouwen in AI.

Volgens KPMG’s wereldwijde studie uit 2025 over vertrouwen, houdingen en het gebruik van kunstmatige intelligentie, is slechts 41 % van de Amerikanen bereid AI te vertrouwen, terwijl 70 % verwacht dat het hen ten goede komt. Het probleem is niet dat mensen de waarde van AI niet zien, maar dat organisaties hen vragen technologie te vertrouwen die ze niet volledig begrijpen of waar ze geen consistente resultaten van zien. Dat komt omdat deze tools vaak bovenop gesegmenteerde data, losgekoppelde werkstromen en inconsistente communicatie staan. Wanneer die systemen niet goed samenwerken, bouwt AI geen vertrouwen op; het kan het zelfs ondermijnen.

AI schaalt wat er al is

AI verbetert de onderliggende systemen niet automatisch. In sommige gevallen kan het bestaande zwaktes binnen de interne kaders van een organisatie blootleggen. Stel je een klant voor die één antwoord per e‑mail krijgt, een ander per sms, en iets anders wanneer hij met een vertegenwoordiger spreekt. Het introduceren van AI in dit proces lost het onderliggende probleem niet op, het versnelt het alleen maar. Deze fouten frustreren klanten en ondermijnen hun vertrouwen in de AI‑processen die hun leven makkelijker zouden moeten maken.

Aangezien AI slechts zo betrouwbaar is als de data en operationele systemen die het voeden, kunnen organisaties AI niet zomaar bovenop bestaande processen plakken en betere resultaten verwachten. Gefragmenteerde werkstromen dwingen modellen te werken met ontoereikende, verouderde of tegenstrijdige informatie. Het verbinden van die systemen geeft AI een consistente gegevensstroom, waardoor het nauwkeurigere informatie kan leveren aan interne teams en consumenten.

Klanten zien misschien nooit de processen achter een AI‑toepassing, maar ze zien wel wat het oplevert. Als een door AI gegenereerd antwoord fout is of hun leven bemoeilijkt, verliezen ze het vertrouwen in de organisatie en de technologie.

Verantwoordelijke AI heeft duidelijke grenzen nodig

Organisaties moeten bepalen waar AI de meeste waarde levert. Een recente studie vond dat consumenten zich zorgen maken over databeveiliging en het ontbreken van menselijk toezicht, waarbij slechts 40 % aangeeft AI te vertrouwen met hun persoonlijke gegevens en 47 % zich zorgen maakt over het laatste. Die zorgen moeten invloed hebben op hoe organisaties AI ontwerpen en inzetten, niet alleen op hoe ze erover praten. 

Om consumenten er zeker van te laten zijn dat AI alleen in hun belang wordt gebruikt, moeten organisaties duidelijke AI‑governance‑kaders opstellen die precies specificeren welke informatie AI wel en niet mag raadplegen, welke acties het mag ondernemen en wanneer een mens moet ingrijpen. Dat betekent niet dat er elke keer een mens in de lus moet staan wanneer AI wordt gebruikt, maar de nadruk moet liggen op het identificeren waar menselijk oordeel belangrijk is en die momenten in de AI‑werkstromen in te bouwen.

Wanneer AI binnen gedefinieerde grenzen opereert, klantinformatie op de juiste manier gebruikt en duidelijke regels heeft rond zijn acties, hebben organisaties een betere basis om vertrouwen te winnen. 

Transparantie mag geen bijzaak zijn

Naarmate organisaties hun gebruik van AI uitbreiden, moeten ze duidelijk zijn naar klanten over waar en hoe de technologie in hun ervaringen wordt ingezet. Deloitte’s 2025 Connect Consumer Survey vond dat consumenten vaak merken dat technologie vooruitgaat zonder voldoende transparantie eromheen. Ze vragen organisaties niet per se om uit te leggen hoe een model werkt; ze willen weten wat het met hun gegevens doet, hoe het hun ervaring beïnvloedt, en wie er verantwoordelijk is als er iets misgaat.

In de praktijk betekent dit dat organisaties proactief communiceren hoe AI wordt gebruikt, zodat mensen voldoende duidelijkheid hebben om te begrijpen wat het wel en niet doet. Deze vragen zijn veel gemakkelijker te beantwoorden wanneer organisaties dit in het ontwerp van AI‑systemen integreren, omdat consumenten eerder op AI vertrouwen als ze begrijpen hoe het werkt.

Vertrouwen zal de ROI van AI bepalen

Hoewel klanten misschien nooit zien wat er zich binnen een AI‑systeem afspeelt, ervaren ze de resultaten. Ze merken wanneer een door AI gegenereerd antwoord fout is, wanneer ze zich moeten herhalen, of wanneer ze verschillende antwoorden krijgen afhankelijk van waar ze vragen. Die ervaringen schaden het vertrouwen, maar het onderliggende probleem is: gesegmenteerde data, losgekoppelde processen, zwakke governance of onduidelijke communicatie.

Daarom moeten organisaties bij het beoordelen van hun succes verder kijken dan de AI‑modellen zelf. ROI hangt af van of de mensen die erop vertrouwen het vertrouwen hebben, en of het klantbetrokkenheid stimuleert. Een geavanceerd systeem dat mensen niet vertrouwen, zal niet de resultaten leveren die het bedrijf verwacht. AI zal steeds capabeler worden, maar die capaciteiten bepalen niet hoe ver organisaties het kunnen brengen — de mensen die erop vertrouwen wel.

Scott Draeger is de SVP Product Marketing en Vertical Solutions bij Smart Communications. Met een passie voor samenwerking richt hij zich op hoe communicatie beter kan zijn voor de ontvanger en beter kan presteren voor de onderneming. Hij begon als documentontwerper met een reeks hardware- en softwaretechnologieën voordat hij naar de softwarekant van de industrie overstapte. Zijn brede ervaring omvat het helpen van organisaties bij het verbeteren van sterk gereguleerde klantcommunicatie wereldwijd.